Waarom kan de vrouw op het werk de Heksenkeuken, uit 1604 van Frans Francken II, Clara Goessen zijn?

CLARA BEKOMT EEN GEZICHT of toch niet???

In mijn boek ‘ik Clara, mijn verhaal’, waar fictie en werkelijkheid werden samengebracht, haalde ik in het laatste hoofdstuk de mogelijkheid aan dat er een afbeelding van de enige verbrande heks te Antwerpen, Clara Goessen, zou bestaan. Ik had het dan over de befaamde Antwerpse schilder Frans Francken II, (1581-1642) die na haar verbranding zijn beroemde reeks de heksenkeuken schilderde.

Op dat ogenblik lag was ik nog volop bezig met het onderzoek op welk schilderij zij zou kunnen afgebeeld zijn. Hiervoor werd ook al een befaamde kenner van het oeuvre en de geschiedenis van de familie Francken gecontacteerd, nl. Danielle Maufort. Zij wees me op het gegeven dat de aangetrouwde familie in Frankrijk banden had met ‘hekserij’. Maar zij ontkrachtte de veronderstelling dat Frans Francken II Clara had afgebeeld als één der figuren in één zijner 26 werken. Haar argumenten maakten dat ik haar conclusies volgde, doch midden 2025 begon stak de twijfel op over een aantal door haalde argumenten contra mijn denkpiste. Waarom? Onze eminente professor had zich toegelegd op de familiale en kunstgeschiedenis van deze familie, en was helemaal niet op de hoogte van het bestaan van de Antwerps Clara Goessen, dus dan ook de processtukken niet had gelezen. De bekentenis van Clara werd terug bovengehaald, en elk schilderij van de reeks der heksenkeuken werd aan een grondig onderzoek onderworpen om mogelijke overeenstemmingen te vinden tussen het proces en het schilderij.

Maar alvorens hierover verder uit te weiden, wil ik even de betrokkenheid van de familie Francken met demonologie in het daglicht plaatsen, en zo de ‘motivatie’ van Frans Francken om van Clara een ‘lei(ij)dend ‘onderwerp te maken in zijn schilderij van 1604.

De betrokkenheid bij demonologie maakte al vroeger dan 1604 deel uit van de familie. In 1595 kwam de oudere broer van Frans, zijnde Thomas Francken (1574-J1639/1656), samen met zijn vrouw Magdalène Cavallier terecht in een heksenbezwering om een rijke Rotterdammer, zonder zijn medeweten, verliefd te laten worden op een Antwerpse vrouw. Deze gebeurtenis wordt vermeld in het certificatieboek van de stad Antwerpen en vond plaats bij Thomas thuis. Het ‘certificatieboek’ van de Stad Antwerpen verwijst doorgaans naar historische registers (15e tot 18e eeuw) waarin akten, getuigenissen en contracten werden opgetekend. De oudste certificatieboeken van de stad Antwerpen dateren uit de periode 1468-1482 en bevatten officiële verklaringen en getuigenissen. Historische registers, zoals de certificatieboeken en de archieven van de Insolvente Boedelskamer, worden bewaard en beheerd door het Felix Archief

Ook zijn oom Hieronymus (1540-1610) die vanaf 1565 in Parijs woonde en als hofschilder aan het Franse koningshuis van de Valois verbonden was, waarin de koningin-moeder Catharina de Medici een dominante rol speelde. Onder haar invloed won het occultisme aan belang. Hieronymus schoonvader, Dominique Miraille , verbonden aan het hof, werd op het plein voor de Nôtre-Dame opgehangen en nadien verbrand voor hekserij in 1586. Zelf werd hij in deze zaak nooit lastiggevallen. Hij kreeg voor de duur van het proces de hoede over de bezittingen van de beschuldigde, maar moest allerlei procedures inspannen om het deel van het onroerend erfgoed dat zijn vrouw toekwam, te behouden.

Je ziet, de familie bleek zeer nauwe banden te hebben met ‘hekserij’

Dit zegt uiteraard nog niets of de vrouw die het middelpunt van één der werken uitmaakt een getrouwe afbeelding van Clara is of een imaginair figuur is.

Een belangrijk gegeven in de opleiding tot schilder was dat de Herentals stamvader Nicolaes (1520-1596) al drie van zijn zonen in opleiding stuurde bij de Antwerpse schilder Frans Floris ‘(1519/1520-1570), waar ze tronies of studiekoppen dienden in te schilderen naar een bestaand voorbeeld. Rubens zelf had zelf 136 studies van koppen en menselijke uitdrukkingen in zijn bezit die regelmatig terugkeerden in zijn werken. Ongetwijfeld zal zijn tijdgenoot Frans deze kennis ook hebben bezeten, en misschien haar gezicht heeft getekend voor of tijdens haar executie.

In tegenstelling tot zijn tijdsgenoten ging Frans Francken II niet op reis naar Italië om de groten der schilderkunst te bestuderen. Dat bleek uit het feit dat hij, bij de aankoop in 1607 van het huis Emmaus (gelegen in de Nieuwe Kerkstraat, achter Sint-Andries) een paspoort aanvroeg voor de Noordelijke Nederlanden …is dus na de verbranding Clara. Voordien had hij nooit een paspoort aangevraagd voor buitenlandse reizen.

We mogen er dus ook vanuit gaan dat bij de verbranding van Clara Goessen de toen 22-jarige Frans Francken II aanwezig was. Hijzelf (of de opdrachtgever van dit werk) kenden haar of hadden inzage in de processtukken die hij verwerkte in dit werk op koper. Weet dat hij voor zijn trouw met Elisabeth Placquet hij bisschoppelijk toestemming moest vragen want zij beviel 2 maanden na hun huwelijk. Was hij daarvoor cliënt bij Clara daar hij blijkbaar wist dat zij sekswerkster was wat een aantal elementen in het werk duidelijk aanduiden?

Blijkbaar had het gegeven van hekserij enorm succes want van de reeks Heksenkeuken werden in totaal 26 schilderijen vervaardigd en 3 tekeningen. Je kan hem de schilder van dit onderwerp benoemen.

Laat ons nu even aartshertogen Albrecht en Isabella, (onze landvoogden van 1598 tot 1621) even in het voetlicht plaatsen en ons focussen op de slag bij Nieuwpoort.

 De Slag bij Nieuwpoort was een veldslag die op 2 juli 1600, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd uitgevochten tussen het Staatse en het ‘Spaanse’ koninklijke leger.

Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, was door de Staten-Generaal van de Nederlanden naar Vlaanderen gestuurd om de stad Duinkerke in te nemen. De kaapvaart vanuit deze stad bracht veel schade toe aan de handelsvloot van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Onverwacht voor de Hollandse geuzen kwam een groot Spaans leger, onder leiding van aartshertog Albrecht, richting Vlaanderen. Dit leidde tot een veldslag nabij Nieuwpoort. Tijdens het voorgaan van zijn troepen raakte Albrecht gewond toen een speer van een Duitse soldaat hem aan het hoofd raakte. De wond was dusdanig dat hij het slagveld moest verlaten. De Spaanse troepen zagen dit als teken van terugtrekking en gingen massaal op de vlucht. Het Staatse leger zette een korte achtervolging in, maar de invallende duisternis bood de Spanjaarden de gewenste dekking. Uiteindelijk verloren de Spanjaarden ruim 9000 man gedurende de slag en tijdens de terugtocht, terwijl het Staatse leger 1700 doden te betreuren had. De beslissing van de slag was in het voordeel uitgevallen van Maurits.

Onze landvoogd die de slag bij Nieuwpoort verloor was er zeker van dat deze slag beïnvloed was door heksen. Bijkomend had zijn echtgenote niet heksen waargenomen bij de brand van de Sint Baafstoren (toen nog de Sint Janskerk) te Gent op 2 september 1602? Zij nam rondvliegende gensters, ontstaan door de hitte voor rondvliegende heksen aan.

Al deze elementen leiden ons ertoe om de bekentenis van Clara te toetsen aan zijn schilderijtje. Echter laat ons eerst enkele processtukken hierover bovenhalen en de belangrijkste elementen belichten die men kan terugvinden in deze olieverfschilderij van 1604.

(Hier de uitgeschreven versie die niet van mijn hand is).

Van dat Clara Joossen getroren van Straetsborch haer vervoirdert heeft naer dijen zij den boosen vijant van haere bloede te drincken hadde gegeven ende zij van den zijnen hadde gedroncken metten zelven boosen vijant verbondt te maecken hem geloven zijn te zijn ende dat zij metten zelven boosen vijant genaempt Roelant diversche reijsen heeft gebouleert ende haer. In diversche

nachtvergaderinghen van boosen vijant heeft laeten vervueren bij middel van eenen stock die met salve was bestreken, ende dat zij inde zelve vergaderinghen, den boosen vijant heeft geeert en met hem gedanst ende gebouleert. Naer dijen zij bij desen Schouteth ter hoge vierschaeren capitaliter was beticht ende dat bij schepenen geseght was dat de voorschreven Schouteth was gecomen tot zijn vermete.

Mijnen heere den Schouteth der stad Antwerpen nomine ofÍicii, aenlegghere tegens Clara Goessen geboren van Straesborch, gevangene. De gevangene geantwoort hebbende bij ontkennen, in vueghen ende maten, is de d’aenleggere van sijnen feijten gewesen ten thoone; Actor emploijeert in forme van thoone, alle de confessien bij haer gevangene op ten steen alhier gedaen, dewelcke sij gisteren ongehacht ende ongehouden, op de Borcht-brugge onder de blouwen hemel heeft geconfirmeert in presentie van schepenen, in wijens kennisse t’selve bij den aenleggere is geleijdt geweest; welke confessie alhier ter vierschare openbaerlijk gelesen zijnde; ende bij partijen respective verbalijk gereprocheert, gesalveert, ende recht versocht wesende, is d’aenleggere gewesen volcomen van sijnen vermete.

In de verklaring van de schout vermeldde hij dat de gevangene Satan van haar bloed had laten drinken, en dat zij het zijne dronk, waaruit een pact resulteerde waarin ze beloofde Satan in alles te zullen gehoorzamen. Dit werd geschreven, en ondertekend, met haar bloed. Met haar demon, Roeland genaamd, woonde ze voortaan vele nachtelijke bijeenkomsten bij en verplaatste zich daarbij door de lucht op een stok, ingesmeerd met zalf, samen met een zekere Barbara, die haar de stok had bezorgd. De eerste bijeenkomsten vonden plaats in het land van Luik. Ze zag er de duivel aan een tafel zitten in de schaduw van een linde, danste met hem en had met hem ook ‘vleselijke conversatie’. Ook op het slagveld in Nieuwpoort had zij met hem ‘gebouleert’ of seks gehad. Ook in Lembeke waren er bijeenkomsten waarop zij een bok kuste ‘omtrent synen steert’. De bok werd daarna verbrand en zijn as werd onder de aanwezigen verdeeld, maar de gevangene had er in het gedrang geen kunnen bemachtigen. Als Clara wilde weten of iemand betoverd was of niet, nam ze een doodshoofd en ‘ daer over gedaen belesingen’ zodat Roeland kwam met twee andere ‘boose geesten’ in de gedaante van ‘ witte duyeven’ die haar zeiden wat ze wilde weten.

Haer ‘confessien’ werden door de ‘vierschare openbaerlyck gelesen’ en Clara Goessen eindigde op de brandstapel.

Zou uit haar verklaringen niet een aantal bewijsstukken naar boven komen die misschien op één der werken terug te vinden zouden zijn? Dat was de vraag waarop ik het antwoord trachtte te vinden.

 Wat is voor ons belangrijk in haar verklaringen: Ze had gebouleert (seks gehad) op verschillende plaatsen, onder meer op een slagveld bij Nieuwpoort .

Als Clara wilde weten of iemand betoverd was of niet, nam ze een doodshoofd en ‘daer over gedaen belesingen’, zodat Roelandt kwam met twee andere ‘ boose geesten ‘ in de gedaante van ‘witte duyven’ die haar zeiden wat ze wilde weten.

Na een aantal schilderijen uit de reeks de ‘heksenkeuken’  bestudeerd te hebben, bleek dat de versie van 1604 (jaar na haar terechtstelling !!!) het meest beantwoordde met details uit haar onder marteling afgenomen bekentenis. Laat ons het werk in detail even ontleden.

Collectie Dreyfus – Best uit Bazel Zwitserland

Laat ons starten met de vraag of het gebruik van bepaalde kleuren ook verborgen aanwijzingen zijn naar het beroep van de hoofdpersonage? Zijnde sekswerkster of want men noemde ‘ledighe vrouwe’?

In de late middeleeuwen (en de vroege nieuwe tijd) werd sekswerksters in veel steden, waaronder die in de Nederlanden zoals Antwerpen, vaak verplicht om specifieke kleding of kleuren te dragen om hen herkenbaar te maken als “vrouwen van lichte zeden”. 

Hoewel het rode kleed dat zij aan heeft vaak met prostitutie wordt geassocieerd, was het specifieke kleurvoorschrift in de middeleeuwen niet uitsluitend rood:

  • Geel en rood: De kleur geel kwam zeer vaak voor in kledingvoorschriften voor prostituees in de late middeleeuwen, soms in de vorm van een gele band, lint of hoed. Ook rood of gestreepte kleding werd gebruikt om prostituees te stigmatiseren. In de 16de en 17de eeuw vaardigde het stadsbestuur van Antwerpen geen specifieke, vaste kleur voor de kleding van sekswerksters uit, zoals dat in sommige andere steden wel gebeurde (zoals een gele hoofddoek in Maastricht). Wel decreteerde het Antwerpse stadsbestuur vanaf 1431 dat prostituees verplicht herkenbare en afwijkende kledij moesten dragen om zich te onderscheiden van andere vrouwen. Prostituees mochten vaak geen dure stoffen zoals zijde of bepaalde hoofdbedekkingen dragen die voorbehouden waren aan eerbare vrouwen. Dus rood kan toen perfect de gangbare kleding zijn voor Antwerpse sekswerksters. Hoewel de uitdrukking “rode licht” (red-light district) een modernere associatie is, was de verplichting om opvallende, vaak felle kleuren (zoals geel of rood) te dragen in de middeleeuwen /nieuwe tijden dus wel degelijk aanwezig. 
  • Stigmatisering: Het doel was niet om hen er aantrekkelijk uit te laten zien, maar om hen te onderscheiden van ‘fatsoenlijke’ vrouwen. Het beleid was gericht op stigmatisering en de geografische afzondering van “publieke vrouwen”. Sekswerksters moesten zich vestigen in specifieke, vaak armere randwijken en bordelen van de stad. Dit systeem van controle en verplichte uiterlijke herkenbaarheid werd in de daaropvolgende eeuwen (waaronder de 16de en 17de eeuw) onverminderd voortgezet, hoewel er in de praktijk vaak werd geëxperimenteerd met kleding om toch aan het stigma te ontsnappen of zich aan te passen aan de mode

Wat nog wijst op het gegeven dat zij Clara sekswerkster was, wat niet in de stukken staat, zijn de volgende elementen:

  • Het optrekken van de rok
    Ze zit met de rok omhoog en ontbloot haar been. Dat is een zeer ongebruikelijke houding voor een “respectabele” vrouw in schilderkunst uit die periode.
  • De handeling van het uittrekken
    Het uitdoen van de kous is een intieme handeling. In genre-schilderkunst wordt dat vaak gebruikt om een erotische of commerciële seksuele context te suggereren.
  • De plaats in het tafereel
    Ze zit letterlijk tussen symbolen van zonde en chaos in de heksenkeuken. In moraliserende schilderijen werden prostitutie, magie en zonde vaak samen afgebeeld als kritiek op moreel verval.

Je ziet dat zij haar kousen uittrekken. Deze hebben een groene kleur:

  • Groen in de 16e–17e eeuw:
    • Kan staan voor onrust, grilligheid, het onstabiele
    • Soms ook voor jeugd/ zinnelijkheid, maar minder expliciet “prostitutie” dan geel
    • In heksencontext: vaak gelinkt aan het onnatuurlijke of het “tussen werelden” staan.

Kijk nu even naar het gelaat van deze vrouw. Haar gezicht is juist vrij realistisch en menselijk geschilderd, terwijl de echte demonische elementen (duiveltjes, monsters, alchemistische objecten) elders in het schilderij zitten. Dat versterkt de boodschap: de menselijke zonde staat tussen de duivelse chaos.

Zie de stand van haar hoofd. In een werk als De heksenkeuken van Frans Francken II betekent een opwaartse blik vaak:

  • Gericht naar demonen/ geesten/ vliegende figuren
  • Deelname aan een ritueel of bezwering

Wat met een aantal elementen die zich vlak bij haar bevinden zoals de aanwezigheid van het afgehakte hoofd van de soldaat?

Het hoofd van de Spaanse soldaat of Duitse huurling verwijst waarschijnlijk naar een de verloren slag bij Nieuwpoort. Hij is niet eenduidig toe te wijzen aan wat Spanjaarden droegen rond 1600. De verklaring waarom een onthoofd Spaans soldatenhoofd in een heksencontext verschijnt zou kunnen zijn: het symboliseert een ramp waarvoor men in de vroegmoderne mentaliteit soms hekserij of duivelse invloed verantwoordelijk stelde.

De helm die de persoon draagt kan niet specifiek aan de periode van de slag van Nieuwpoort worden toegewezen worden. Maar is het niet vaak zo dat huurlingen droegen wat zij op slagvelden konden veroveren? Zij moesten zelf instaan voor hun uitrusting.

In demonologische propaganda werd een militaire nederlaag soms symbolisch gekoppeld aan hekserij of duivelse inmenging. Dat sluit aan bij beschuldigingen zoals die tegen Clara Goessen.

Belangrijk detail dat vaak over het hoofd wordt gezien:
Het hoofd ligt letterlijk op de grond naast haar voet. Dat maakt het een visueel “resultaat” van haar handeling of aanwezigheid. In allegorische schilderkunst betekent die nabijheid vaak schuld of oorzaak. Omdat ze er niet naar kijkt wordt het hoofd minder persoonlijk, meer een attribuut van de scène en een teken van:

  • Dood
  • Geweld
  • Ontwrichting

Wat zien we liggen naast het hoofd van de Spaanse soldaat, inderdaad een doodshoofd. In haar bekentenis haalde ze expliciet het doodshoofd aan, daar ze het gebruikte voor bezweringen. De schilder plaatst het dan ook aan haar voeten.

Al deze ‘bewijzen ‘verwijzen duidelijk naar het proces en naar haar beroep. Maar we moeten ook eerlijk zijn, uiteraard zijn er ook elementen die het tegendeel zouden kunnen aantonen.

Er is geen enkel historisch bewijs dat Clara Goessen ooit geportretteerd is en dat Frans Francken II echte heksen of veroordeelden afbeeldde en dat deze specifieke figuur een identificeerbare historische persoon is. Waarom:

. Geen identificerende kenmerken zoals:

  • Geen naam, geen attribuut dat naar Clara verwijst

Geen uniek detail (zoals bij heiligen vaak wel het geval is) maar met de demonologische achtergrond van de familie Francken is dit heel aanvaardbaar. Dat past perfect bij de Antwerpse context rond 1600, waar angst voor hekserij, morele controle en sociale marginalisering sterk verweven waren.

 Herhaling van types. Francken hergebruikt vaak dezelfde vrouwentypes, Dit kan een standaardmodel zijn. Maar elk ander werk heeft wel duidelijke verschillen in kleur kleding hoofdfiguur als in de aangehaalde elementen. Ook, vergeet niet het feit dat dit werk wel het eerste olieverfschilderijtje van de reeks was. De oer toverheks??

Francken schilderde vooral moraliserende scènes met fantasiewerelden vol heksen, duivels en symboliek en geen documentaire realiteit. De vrouwenfiguur combineert rollen als zijnde verleidster (prostitutie-symboliek) als heks (deel van de scène).  Deze vrouw is wel of geen portret van Clara, maar kan wél een visuele verbeelding zijn van het soort vrouw dat men als “heks” zag in die tijd.

Waarom blijf ik erbij dat dit werk de figuur Clara afbeeldt

  • Datering klopt (1604 → vlak na 1603) jaar volgend op verbranding Clara
  • Kunst reageert soms snel op actuele thema’s. Dit was het eerste werk van een ganse reeks over dit thema, ook klein werk.
  • Ze heeft een duidelijke rol → bijna individueel. Vrouw die actief betrokken is dus geen passief stereotype
  • Op de hoogte van tronies
  • Antwerpen als context en woonst
  • Kent processtukken
  • Afgehakt hoofd → mogelijk verwijzing naar conflict (Nieuwpoort?) Het hoofd zou je kunnen lezen als verwijzing naar de oorlog met Spanje
  • Doodshoofd voor de belezingen

Gaan we het ooit weten? Er werden nooit geschriften gevonden waarbij Frans Francken II verwees naar het proces of Clara Goessen.

 Is zij een waarheidsgetrouwe afbeelding of een geïdealiseerd figuur? We weten wel dat zij was aangegeven door afgunstige collega’s? Deed zij omwille van haar schoonheid te goede zaken, pakte zij klanten af?

Het zou mooi zijn mochten we het werk naar aanleiding van de geplande heksententoonstelling te Antwerpen medio 2027 dit in bruikleen zouden kunnen bekomen? Het is misschien voor het eerst in de kunstgeschiedenis dat we in de Lage Landen een gezicht kunnen plakken op deze sekswerkster/ heks Clara Goessen.

Bedankt om dit te lezen

CLEMENT Walter

Pedigree

  • ca. 1604
    → geschilderd in Antwerpen door Frans Francken II
  • 17e–18e eeuw
    → onbekende privécollecties
    (geen archiefsporen, typisch voor kleine kabinetstukken)
  • 19e–20e eeuw
    → blijft circuleren in privébezit
    → soms via kunsthandel/ reproducties (Bridgeman, etc.)
  • 20e–21e eeuw
    → nog steeds private collectie Bazel Dreyfus-Best
    (soms tijdelijk tentoongesteld, bv. in Venetië)

Bronnen:

Vervoort; R.: De Heksen van Bruegel; uitgeverij Van de Wiele; Brugge;blz76.

De Dynastie Francken, uitgegeven musée de Flandre, Frans II Francken, pictor doctus van heksen, Maufort Danielle.