Waarom kan de vrouw op het werk uit 1604 van Frans Francken II uit de Collectie Dreyfus – Best uit Bazel Zwitserland, Clara Goessen zijn?
Laat ons eerst een aantal elementen uit haar verklaring halen waarbij duidelijk zal blijken dat deze verwerkt werden in het schilderij.
Clara Goessen verklaarde dat zij met haar duivel Roelandt een pact gesloten had dat ze met haar bloed had ondertekend. Ze hadden samen gebouleert op verschillende plaatsen, onder meer op een slagveld bij Nieuwpoort , en ook op ‘diversche nachtvergaderingen’, waar ze naartoe ging ‘by middel van eennen stock, die met salve was bestreken’. Een zekere Berbel (Barbara) had die tussen har benen gestoken.
Als Clara wilde weten of iemand betoverd was of niet, nam ze een doodshoofd en ‘daer over gedaen belesingen’, zodat Roelandt kwam met twee andere ‘ boose geesten ‘ in de gedaante van ‘witte duyven’ die haar zeiden wat ze wilde weten.
Laat ons het even hebben over de familie Francken en hun kennis over demologie
In 1595 kwam de oudere broer van Frans ,(1581-1642) zijnde Thomas Francken (1574-J1639/1656) samen met zijn vrouw Magdalène Cavallier terecht in een heksenbezwering om een rijke Rotterdammer , zonder zijn medeweten, verliefd te laten worden op een Antwerpse vrouw. Deze gebeurtenis wordt vermeld in het certificatieboek van de stad Antwerpen en vond plaats bij Thomas.
Zijn oom Hieronymus (1540-1610) woonde vanaf 1565 in Parijs als hofschilder aan het Franse koningshuis van de Valois, waarin de koningin-moeder Catharina de Medici een dominante rol speelde. Onder haar invloed won het occultisme aan belang. Zijn schoonvader Dominique Miraille (1587) verbonden aan het hof werd op het plein voor de Notre-Dame opgehangen en nadien verbrand voor hekserij. Hieronymus werd in deze zaak nooit lastig gevallen. Hij kreeg voor de duur van het proces de hoede over de bezittingen van de beschuldigde, maar moest allerlei procedures inspannen om het deel van het onroerend erfgoed dat zijn vrouw toekwam, te behouden.
De Herentalse stamvader Nicolaes (1520-1596) stuurde drie van zijn zonen in opleiding bij de Antwerpse schilder Frans Floris ‘( 1515/1520-1570) waar ze tronies of studiekoppen dienden in te schilderen naar een bestaand voorbeeld. Frans was nog niet geboren toen doch hij zal dat gegeven van de tronies wel thuis geleerd hebben. Wat als gevolg heeft dat hij van Clara een ‘tronie’ gemaakt kan hebben en dit verwerkt te hebben in dit werk.
Bij de verbranding van Clara Goessen was de toen 22 jarige Frans Francken II aanwezig. Hijzelf of de opdrachtgever kende – of had inzage – in de processtukken die hij verwerkte in dit werk op koper. In tegenstelling tot zijn tijdsgenoten ging hij niet op reis naar Italië om de groten der schilderkunst te bestuderen.
In 1607 kocht hij het huis Emmaus in de Nieuwe Kerkstraat achter Sint Andries en vroeg hij een paspoort aan voor de Noordelijke Nederlanden …is dus na de verbranding Clara. Hij trouwde met Elisabeth Placquet waarvoor hij bisschoppelijk toestemming moest vragen want zij beviel 2 maanden na hun huwelijk. Was hij daarvoor cliënt bij Clara daar hij blijkbaar wist dat zij sekswerkster was, wat niet in de processtukken werd vermeld?
Albrecht en Isabella en Clara
De Slag bij Nieuwpoort was een veldslag die op 2 juli 1600, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd uitgevochten tussen het Staatse en het ‘Spaanse’ koninklijke leger.
Maurits van Nassau, de latere prins van Oranje, was door de Staten-Generaal van de Nederlanden naar Vlaanderen gestuurd om de stad Duinkerke in te nemen. De kaapvaart vanuit deze stad bracht veel schade toe aan de handelsvloot van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Onverwacht kwam een groot Spaans leger onder leiding van aartshertog Albrecht van Oostenrijk richting Vlaanderen, wat leidde tot een veldslag nabij Nieuwpoort. Tijdens het voorgaan van zijn troepen raakte Albrecht gewond toen een speer van een Duitse soldaat hem aan het hoofd raakte. De wond was dusdanig dat hij het slagveld moest verlaten. De Spaanse troepen zagen dit als teken van terugtrekking en gingen massaal op de vlucht. Het Staatse leger zette een korte achtervolging in, maar de invallende duisternis bood de Spanjaarden de gewenste dekking. Uiteindelijk verloren de Spanjaarden ruim 9000 man gedurende de slag en tijdens de terugtocht, terwijl het Staatse leger 1700 doden te betreuren had. De beslissing van de slag was in het voordeel uitgevallen van Maurits.
Onze landvoogd die de slag bij Nieuwpoort verloor was er zeker van dat deze slag beïnvloed was door heksen.
Kleding Clara
in de late middeleeuwen (en de vroege nieuwe tijd) werd sekswerksters in veel steden, waaronder die in de Nederlanden zoals Antwerpen, vaak verplicht om specifieke kleding of kleuren te dragen om hen herkenbaar te maken als “vrouwen van lichte zeden”.
Hoewel rood vaak met prostitutie wordt geassocieerd, was de specifieke kleurvoorschrift in de middeleeuwen niet uitsluitend rood:
- Geel en rood: De kleur geel kwam zeer vaak voor in kledingvoorschriften voor prostituees in de late middeleeuwen, soms in de vorm van een gele band, lint of hoed. Ook rood of gestreepte kleding werd gebruikt om prostituees te stigmatiseren.
- Stigmatisering: Het doel was niet om hen er aantrekkelijk uit te laten zien, maar om hen te onderscheiden van ‘fatsoenlijke’ vrouwen.
- Verbod op kleding: Prostituees mochten vaak geen dure stoffen zoals zijde of bepaalde hoofdbedekkingen dragen die voorbehouden waren aan eerbare vrouwen.
Hoewel de uitdrukking “rode licht” (red-light district) een modernere associatie is, was de verplichting om opvallende, vaak felle kleuren (zoals geel of rood) te dragen in de middeleeuwen dus wel degelijk aanwezig.
Wat nog wijst op sekswerkster zijn de volgende elementen:
- Het optrekken van de rok. Ze zit met de rok omhoog en ontbloot haar been. Dat is een zeer ongebruikelijke houding voor een “respectabele” vrouw in schilderkunst uit die periode.
- De handeling van het uittrekken. Het uitdoen van de kous is een intieme handeling. In genre-schilderkunst wordt dat vaak gebruikt om een erotische of commerciële seksuele context te suggereren..
- De plaats in het tafereel. Ze zit letterlijk tussen symbolen van zonde en chaos in de heksenkeuken. In moraliserende schilderijen werden prostitutie, magie en zonde vaak samen afgebeeld als kritiek op moreel verval.
- Haar gezicht is juist vrij realistisch en menselijk geschilderd, terwijl de echte demonische elementen (duiveltjes, monsters, alchemistische objecten) elders in het schilderij zitten. Dat versterkt de boodschap: de menselijke zonde staat tussen de duivelse chaos.
- Loshangend haar = blond of rood. Rood typische kleur voor heksen
De groene kousen :
- Groen in de 16e–17e eeuw:
- kan staan voor onrust, grilligheid, het onstabiele
- soms ook voor jeugd / zinnelijkheid, maar minder expliciet “prostitutie” dan geel
- in heksencontext: vaak gelinkt aan het onnatuurlijke of het “tussen werelden” staan
De aanwezigheid van het afgehakte hoofd van de soldaat
Het hoofd van de Spaanse soldaat, of Duitse huurling, verwijst waarschijnlijk naar een de verloren slag bij Nieuwpoort. Hij is niet eenduidig toe te wijzen aan wat Spanjaarden droegen rond 1600. .Dat zou verklaren waarom een onthoofd Spaans soldatenhoofd in een heksencontext verschijnt: het symboliseert een ramp waarvoor men in de vroegmoderne mentaliteit soms hekserij of duivelse invloed verantwoordelijk stelde.
In demonologische propaganda werd een militaire nederlaag soms symbolisch gekoppeld aan hekserij of duivelse inmenging. Dat sluit aan bij beschuldigingen van Albrecht zoals die tegen Clara Goessen.
Belangrijk detail dat vaak over het hoofd wordt gezien
Het hoofd ligt letterlijk op de grond naast haar voet. Dat maakt het een visueel “resultaat” van haar handeling of aanwezigheid. In allegorische schilderkunst betekent die nabijheid vaak schuld of oorzaak.
Omdat ze er niet naar kijkt:
- wordt het hoofd minder persoonlijk
- meer een attribuut van de scène
- een teken van:
- dood
- geweld
- ontwrichting
Contra Clara Goessen?
Er is geen enkel historisch bewijs dat:
- Clara Goessen ooit geportretteerd is
- Frans Francken II echte heksen of veroordeelden afbeeldde
deze specifieke figuur een identificeerbare historische persoon is
1. Geen identificerende kenmerken
- Geen naam, geen attribuut dat naar Clara verwijst
- Geen uniek detail (zoals bij heiligen vaak wel het geval is)
2. Genre van het schilderij
- “Heksenkeuken” = typisch fantasiegenre
- Niet bedoeld als reportage
3. Herhaling van types
- Francken hergebruikt vaak dezelfde vrouwentypes
- Dit kan een standaardmodel zijn
Dat past perfect bij de Antwerpse context rond 1600, waar:
- angst voor hekserij
- morele controle
- en sociale marginalisering
sterk verweven waren
Francken schilderde vooral:
👉 moraliserende scènes
👉 fantasiewerelden vol heksen, duivels en symboliek
👉 geen documentaire realiteit
De figuur combineert rollen:
- verleidster (prostitutie-symboliek)
- heks (deel van de scène)
👉 Deze vrouw is geen portret van Clara, maar kan wél een visuele verbeelding zijn van het soort vrouw dat men als “heks” zag in die tijd.
Met andere woorden:
- Clara Goessen = historische persoon
Deze figuur = cultureel stereotype waarin iemand als Clara werd geplaatst
Woorden Francken kenner Danielle Maufort die verwijst naar de familie van Francken en dus niet gelooft dat het een afbeelding van Clara kan zijn.
Symboliek
In de traditie van Frans Francken II:
- Vrouwen in zulke scènes =
👉 verleiding
👉 moreel verval
👉 pact met het kwaad - Afgehakte hoofden =
👉 geweld / oorlog
👉 overwinning op vijanden
👉 soms politieke allegorie - Rood kleed / ontbloting =
👉 losbandigheid
👉 zonde
👉 Klassieke conclusie: allegorie van zonde + hekserij + morele waarschuwing
Bij Frans Francken II zien we:
Wat typisch is voor zijn atelier:
- Hergebruik van modellen en houdingen
- Variaties op dezelfde compositie (“heksenkeukens” in meerdere versies)
- Figuren die bijna “gekopieerd” worden met kleine aanpassingen
In een werk als De heksenkeuken van Frans Francken II betekent een opwaartse blik vaak:
- gericht naar demonen / geesten / vliegende figuren
- deelname aan een ritueel of bezwering
Pro Clara Goessen ??
Argumenten:
- Datering klopt (1604 → vlak na 1603) 1604 is héél kort na mogelijke gebeurtenissen rond Clara
- Kunst reageert soms snel op actuele thema’s
- Antwerpen als context
- Afgehakt hoofd → mogelijk verwijzing naar conflict (Nieuwpoort?)
- Vrouw die actief betrokken is → geen passief stereotype
- Op de hoogte van tronie gebruik
- Kent processtukken -aanwezig op zowel proces als terechtstelling
- Doodshoofd voor de belezingen
- Ze is geen decorstuk. Ze heeft een duidelijke rol → bijna individueel
- Doodshoofd verwijst naar de belezingen in processtuk
Je kan nu stellen:
- Deze figuur is visueel nadrukkelijker dan een standaardtype
- Ze staat in directe relatie tot een gewelddadig object (het hoofd) +pr
- Ze krijgt een bijna narratieve rol
👉 Pedigree
- ca. 1604
→ geschilderd in Antwerpen door Frans Francken II - 17e–18e eeuw
→ onbekende privécollecties
(geen archiefsporen, typisch voor kleine kabinetstukken) - 19e–20e eeuw
→ blijft circuleren in privébezit
→ soms via kunsthandel / reproducties (Bridgeman, etc.)
20e–21e eeuw
→ nog steeds private collectie Bazel Dreyfus-Best
(soms tijdelijk tentoongesteld, bv. in Venetië
Previous Post